Theo Megens (directeur Megaborn): Dubbele petten ingenieursbureau is keuze

Bericht uit de Cobouw (10 oktober 2017, link)

De aanstaande rechtszaak rond de gunning van de Blankenburgtunnel, waar alles draait om de dubbele petten van ingenieursbureau Witteveen + Bos, had voorkomen kunnen worden. Dat is de overtuiging van Theo Megens van Megaborn. Conflicterende belangen of voorkennis is nooit een probleem voor dit ingenieursbureau. “De titel raadgevend ingenieur is alleen waar te maken als geld geen doorslaggevende rol speelt. Daarom werken we bij overheidsprojecten bewust niet voor marktpartijen.”

De tactiek om van twee walletjes te snoepen heeft directeur-eigenaar Theo Megens van meet af aan tegengestaan. Ruim 20 jaar geleden maakte hij samen met zijn compagnon de keus om alleen publieke opdrachtgevers te adviseren. De titel ‘raadgevend ingenieur’ wordt met verve gevoerd bij het bedrijf met een jaarlijkse omzet van ruim 4 miljoen euro.

50 procent minder omzet

Megaborn is een van de weinige adviesbureau’s die kiest voor de beperkte doelgroep van publieke opdrachtgevers. Daardoor loopt het bedrijf waarschijnlijk zo’n 50 procent van de opdrachten mis, want ze worden namelijk wel vaak gevraagd door marktpartijen. Dan wordt consequent nee gezegd. “Ook in moeilijke tijden hebben we voet bij stuk gehouden”, aldus Megens.

Hij weigert echter een oordeel te vellen over ingenieursbureau’s die een andere afweging maken en wel zowel de overheids-kant als de marktkant adviseren en kiest zijn formuleringen voorzichtig. Natuurlijk heeft hij gehoord van de rechtszaak over de Blankenburgtunnel en de dubbelrol die Witteveen + Bos daar speelt.

Witteveen + Bos adviseerde in de voorfase eerst Rijkswaterstaat en werd vanaf de dialoogfase ingehuurd door het winnende consortium met Ballast Nedam

Witteveen + Bos adviseerde in de voorfase eerst Rijkswaterstaat en werd vanaf de dialoogfase ingehuurd door het winnende consortium met Ballast Nedam. Het verliezende consortium van BAM, VolkerWessels, Boskalis en TBI zal bij de rechtszaak woensdag aanvoeren dat daardoor sprake is van voorkennis en concurrentievervalsing.

Een probleem dat bij Megaborn nooit aan de orde kan zijn, zonder dat hij wil ingaan op de problematiek die bij de rechtszaak speelt. Megens verwacht wel dat met de problematiek rond de Blankenburgtunnel de discussie over de rol van adviesbureau’s weer zal oplaaien. Wat hem betreft hoort daar ook de vraag bij over het onderscheidend vermogen van NLIngenieurs ten opzichte van Bouwend Nederland. “NLIngenieurs moet ervoor waken geen partij te trekken voor grote bouwers. Ingenieurs horen echt een andere rol te spelen.”

Bezwaar tegen dubbele petten

Zijn bezwaren tegen potentieel dubbele petten zijn nog fundamenteler van aard. Megens ziet met de verschuivingen in de markt dat opdrachtgevers steeds meer overlaten aan de markt en betwijfelt of daarmee het publiek belang wel genoeg aandacht krijgt. Wat hem betreft is dat aan de orde bij alle d&c-contracten waarbij de markt het voortouw krijgt bij het maken van het ontwerp. Een raadgevend ingenieur dient zonder twijfel het publieke belang te borgen.

“Marktpartijen maken andere afwegingen dan publieke partijen. Als geld de prioriteit krijgt worden andere keuzes gemaakt, terwijl veiligheid en het belang van de belastingbetaler bovenaan horen te staan. Opdrachtgevers onderschatten de rol die de prijs van beton en staal speelt bij de afwegingen om de ruimte in te richten als je die verantwoording bij de markt legt. Komt er wel of niet een fietstunnel bij een school. De uitkomst van zo’n vraag mag nooit ter discussie staan.”

‘Auto’s staan 23 van de 24 uur stil en staan vaak vreselijk in de weg. Moeten we nog wel auto’s in steden willen?’

Megens verwacht dat het nieuwe kabinet voor grote keuzes komt te staan als het gaat om klimaat en mobiliteit. Wat hem betreft moeten de beschikbare infra-miljarden vooral worden gespendeerd aan slimme ict-toepassingen en vooral niet meer aan extra asfalt of beton.

De groei van het aantal auto’s van 4 tot 8 miljoen leidt tot grote vraagstukken over de ruimtelijke inrichting. “Die voertuigen staan 23 van de 24 uur stil en staan vaak vreselijk in de weg. Moeten we nog wel auto’s in steden willen? Moeten er nog wel parkeergarages in de binnensteden komen? Het nieuwe motto moet zijn ‘minder, minder en delen, delen’. We moeten ons bezighouden met dat soort vraagstukken. Lijkt me een stuk nuttiger.”